Offensief: analyse, strategie en tactiek
Met betrekking tot Offensief kan ik globaal zeggen dat onze oriëntatie voornamelijk gericht is op de arbeidersklasse (jongeren zijn daarin slechts ten dele een aparte categorie, zijn in veel gevallen namelijk toekomstige arbeiders, maar verkeren wel in iets andere omstandigheden dat de gemiddelde arbeider gelet op het niet perse hebben van een baan).
De arbeidersklasse is namelijk de revolutionaire klasse bij uitstek en onze strategie is het opbouwen van die arbeidersbeweging op basis van een socialistisch programma. Ook in de andersglobaliseringsbeweging en in andere bewegingen (zoals tegen racisme en fascisme) brengen we consequent de noodzaak van een socialistisch alternatief naar voren.
Als politiek verlengstuk is daarvoor een revolutionair socialistisch arbeiderspartij nodig die het socialistisch bewustzijn van de arbeidersklasse vergroot en die samen met de arbeidersklasse de stappen van de revolutie plant en uitvoert.
Toelichting
Leden van de kleinburgerij (middenklasse) nemen duidelijk een positie in die zich tussen de arbeidersklasse en de kapitalistenklasse bevindt. De middenklasse is een klasse die meer heterogeen is dan de arbeidersklasse en de kapitalistenklasse (hoewel ook binnen die 2 klassen verschillende lagen en posities bestaan, gelet op onder andere inkomensverschillen).
Onze analyse is dat een bepaald deel van de middenklasse (zoals in Venezuela te zien is (geweest)) de kant van de revolutionaire massa's arbeiders zal kiezen. Maar het kan ook zo zijn dat dit in een later stadium verandert, afhankelijk van de ontwikkelingen in de omstandigheden. Daarom kunnen met name boeren (die toch hoofdzakelijk tot de middenklasse behoren) in onze visie nooit echt de leidende rol in een proletarische revolutie spelen (zelfs in oktober 1917 was de nauwelijks ontwikkelde arbeidersklasse die de leiding op zich nam, terwijl de boeren de meerderheid waren in het Rusland ten tijde van de oktober-revolutie).
Einde toelichting
Koloniale revoluties en staatskapitalisme
Vandaar dat we ten aanzien van revoluties zoals die in China en Cuba hebben plaatsgevonden vanuit onze internationale organisatie (met inachtneming van besluitvorming op basis van democratisch centralisme: bottom-up met gekozen vertegenwoordiging naar de internationale organisatie en uiteindelijk na besluitvorming het uitdragen van die besluiten in de lokale secties) altijd hebben gezegd dat deze koloniale revoluties geen echte proletarische revoluties waren en dat er sprake was en is van gedeformeerde arbeidersstaten, wegens een gebrek aan arbeidersdemocratie en - in voorkomende gevallen - van een internationalistische visie op het verspreiden van het socialisme. Desalniettemin was er wel in de meeste gevallen (zo ook in Cuba en China) sprake van een breuk met de logica van het kapitalisme (deze analyse is ook een van de grote verschillen tussen CWI (Offensief) en IST (Internationale Socialisten), omdat de IS deze revoluties wel kritiekloos ondersteunde als leidend tot socialistische regimes, maar bijvoorbeeld over de SU zijn dat er onder Stalin sprake was van staatskapitalisme (winststreven door de staat). In de visie van de CWI was de SU onder Stalin een gedegeneerde arbeidersstaat, omdat het economische karakter van de staat in beginsel ongewijzigd was (de concurrentie met de Westerse economiëen was wel min of meer noodzakelijk na het falen van diverse Europese revoluties, maar met name die in Duitsland), slechts de sovjets werden van hun macht beroofd (die macht kwam in handen van een bureaucratische toplaag).
Nationale bevrijdingsstrijd/burgerlijke revoluties
Met betrekking tot burgerlijke revoluties waarin het in eerste instantie gaat om de bevrijding van een heerser die is overgebleven uit feodale tijden en waarbij de leiding van de revolutie in handen ligt van de nieuwe heersende minderheid van kapitaalbezitters kunnen we zeggen dat met name dit laatste aspect terugkomt in situaties waarin het voornaamste doel van een opstand/revolutie nationale bevrijding is (zoals in Vietnam in het verleden, in Irak, Afghanistan of de Palestijnse gebieden nu), de bevrijding is van imperialistische machthebbers/vreemde overheersers.
Dit soort strijd steunt Offensief kritisch met het naar voren brengen van de noodzaak van de strijd door de arbeidersklasse van een land om zich te verenigen (in het geval van Palestina/Israël is het van belang dat de arbeiders van beide volkeren zich aaneensluiten en strijden tegen de kapitalisten in Israël en Palestina en niet tegen elkaar: niet het Palestijnse en het Israëlische volk staan tegenover, maar de Palestijnse/Israëlische arbeiders vs. de Palestijnse/Israëlische kapitalisten) en te strijden voor een socialistisch alternatief en hiertoe een revolutionair socialistische arbeiderspartij in het leven te roepen.
Geen (pre-)revolutionaire situatie: wat dan?
In tijden waarin van een pre-revolutionaire situatie nog geen sprake is, is het toch zaak in de visie van Offensief dat er instrumenten zijn/worden ontwikkeld die de belangen van de arbeiders behartigen. Binnen die instrumenten werken wij als Offensief dan ook om die organisaties (vakbonden, potentiële nieuwe arbeiderspartijen) om te vormen tot instrumenten in handen van de arbeidersklasse. Dit wordt wel de tactiek van het entrisme genoemd. Naast de noodzaak om met het oog op de voorbereiding voor de revolutie onze eigen revolutionaire socialistische organisatie uit te bouwen als middel voor de socialistische bewustwording van de arbeidersklasse zij we als Offensief dus actief in de vakbondscentrale FNV (van de CNV is geen van onze leden lid (ook ivm ideologische uitgangspunten over religie bijvoorbeeld), waarmee we overigens niet de arbeiders die van die bond lid zijn, afschrijven, maar de mobilisatiegraad en actiebereidheid onder FNV-leden is wel groter) en de SP (en ROOD) in NL, omdat dat de organisaties zijn een aantrekkingskracht hebben op de (toekomstige) Nederlandse arbeiders.
N.B.: Ik heb geprobeerd zo kort en bondig mogelijk te zijn, maar toch een redelijk volledig beeld te geven van de ideeën van Offensief en onze Internationale Tendens. Toch kan het gebeuren dat er later nog aanvullingen bij zullen moeten komen, die ik op dat moment (ook gezien het late tijdstip) ben vergeten te vermelden.


