Springmeester
12th September 2007, 05:47
Originally posted by
[email protected] 10, 2007 04:25 pm
ik heb een super intersant boekje oa. over gender en vrouwenbevrijding binnen de zapatistas.
als ik tijd heb zal ik het even inscannen.
nou heb ik zowiezo veel meer met de zapatistas dan met de FARC.
Hoewel de rol van de vrouwen in de EZLN bijzonder is gaat deze discussie over de FARC. De volgorde van waardering doet er ook niet echt toe.
Ik vind de discussie ook weer erg slap geworden... aan de ene kant praten we alweer over de POUM en aan de andere kant alweer over prostitutie. :wacko: Wáár ging het ookal weer over? Owja Tanja Nijmeijer.
Om weer een beetje 'on-topic' te komen heb ik hier een artikel over FARC dat ik enige tijd terug heb geschreven.
Kort Colombiaans?
In Colombia woedt al jaren een hevige strijd tussen de Colombiaanse overheid en de FARC-EP (Revolutionary Armed Forces of Colombia). Het lijkt een oorlog waarin beide partijen het slechtste in elkaar naar boven halen, maar hoe zit de situatie werkelijk in elkaar? Is de FARC inderdaad een groep ‘narcoticaterroristen’ zoals de Colombiaanse en Amerikaanse overheid claimen of is het een serieuze revolutionaire beweging die de bevrijding van de boeren- en arbeidersklasse van Colombia nastreeft? Wat zijn feiten en wat is propaganda?
Als marxist vind ik het belangrijk om de actualiteit van de revolutie, in al zijn vormen en gedaantes, te bespreken met mijn kameraden. Vele discussies helpen me namelijk om mijn eigen visie te verbreden en te verrijken. Maar er is één discussie die me al langere tijd uitermate boeit; namelijk de discussie over FARC en de burgeroorlog in Colombia. Dat komt omdat het zowel een filosofische als morele discussie is, waarbij het van enorm belang is om niet de noodzaak van de revolutionaire praktijk uit het oog te verliezen. Veel kameraden hebben er moeite mee dat de FARC geld verdient aan het verbouwen van Coca planten en dat dit hun de middelen verschaft om hun strijd tegen het despotische (door de VS gesteunde) regime van Colombia voort te zetten. Ook klagen veel kameraden steen en been over de leeftijd van sommige guerrilla’s die deel uitmaken van dat verzetsleger.
Het belangrijkste argument van deze kameraden blijft echter, dat wij als communisten, het moreel verwerpelijk zouden moeten vinden dat er cocaïne moet worden verbouwd om de revolutionaire strijd te financieren. Het is een gewetensvraag, dat is zeker. Maar de kwestie ligt veel ingewikkelder dan dat.
Jaarlijks worden miljoenen dollars geïnvesteerd in de ‘War on drugs’ die door de Amerikaanse en Colombiaanse overheid wordt gevoerd. 30 miljoen, 50 miljoen, 100 miljoen, de miljoenen vliegen je om de oren wanneer je informatie over deze ‘War on drugs’ opzoekt op Internet. Maar wat weinig mensen begrijpen is dat deze ‘War on Drugs’ letterlijk een oorlog is en dat veel geld hiervan wordt gebruikt om de zogenaamde ‘narcoticaterroristen’ te bestrijden met helikopters, automatische machinegeweren, granaten en veel ander moordtuig. Onder het mum van ‘bestrijding van drugs’ wordt er aan enorme sommen geld gepompt in de bestrijding van een marxistische guerrilla beweging. De christelijke kerk van Amerika, rijke kapitalisten & politici en zogenaamde ‘liefdadigheidsorganisaties’ spelen de hoofdsponsors voor deze ‘oorlog tegen drugs’ en marxisme. Dit wil ik duidelijk benadrukken omdat het hier gaat om één van de meest gewelddadige vormen van klassenstrijd die zich na de tweede wereldoorlog hebben voorgedaan en waar vrijwel alle klassen een klassieke rol spelen, voornamelijk bovengenoemde.
Maar wat zijn feiten en wat is propaganda? In tegenstelling tot wat de Amerikaanse en Colombiaanse overheden claimen is de coca productie, in de door FARC gecontroleerde gebieden, aanzienlijk gedaald. Vijf jaar heeft FARC de controle van over de Putomayo regio. De Putomayo regio was verantwoordelijk voor 95% van de gehele coca productie van Colombia en is afgenomen met 21% in 2003 alleen (UNDOC, 2005). Hetzelfde patroon is in alle andere FARC gecontroleerde gebieden waar te nemen; in Caqueta, Cauca en Guaviare is de coca productie vors gedaald. Hoewel de Amerikaanse en Colombiaanse overheden beweren dat FARC compleet afhankelijk is van de coca productie blijkt dat ondanks de grote afname van de productie de beweging nog steeds groeit en grote militaire offensieven hebben kunnen realiseren. Deze feiten worden zo nu en dan erkend door ook burgerlijke media zoals de Miami Herald. Bovendien werd door James LeMoyne van de VN erkend dat de FARC op een oprechte manier hun strategie rondom de emancipatie van de arbeiders- en boerenklassen hebben georganiseert
Natuurlijk verdiept een marxist zich in de economische situatie van een land om zich een helder beeld te vormen van de sociale machtsverhoudingen tussen de klassen. Omdat veel kameraden klagen over de leeftijd van sommige FARC guerilla’s wil ik als uitgangspunt graag vertrekken vanuit de situatie van jongeren in Colombia.
Het leven voor jonge Colombianen is uiterst moeilijk. Er zijn maar weinig keuzes voor deze groep en deze zijn vrijwel allemaal even uitzichtloos. Er is een enorm tekort aan onderwijs & gezondheidszorg. De overgrote meerderheid van de jongeren in Colombia woont óf in de sloppenwijken rondom de grote steden óf op het Colombiaanse platteland waar ze worden onderworpen aan slavernij in de kool-, smaragd-, en goud mijnen of op de coca- en papaver velden. Alleen al in 1999 werden er 176,800 kinderen en jongeren van hun woonplaats op het Colombiaanse platteland verdreven door de zogenaamde ‘Oorlog tegen Drugs’ en de barre economische leefomstandigheden. Een uitweg is de anonimiteit binnen de grote steden opzoeken. Maar door gebrek aan onderwijs vinden deze jongeren daar zelden een baan en is het onmogelijk om op een menswaardige manier te overleven zonder geld. Dit dwingt vele jongeren de sloppenwijken in. Een leven in de sloppenwijken is voor jonge mannen een garantie voor een leven in criminaliteit en voor jonge vrouwen een leven in de prostitutie. Naar mijn mening dekt dit de lading wat betreft ‘uitzichtloosheid’ uitermate goed. Er lijkt slechts één alternatief voor jonge Colombianen waarbij ze niet ten prooi vallen aan het Colombiaanse leger, de pooiers, de gangsters, de landheren met hun milities en de slavernij in de mijnen en dat is de FARC.
Op de website colombiajournal.org vond ik een interessant artikel waar meerder jonge vrouwen worden geïnterviewd en gevraagd naar hun manier van leven. Eén van deze jonge vrouwen (Erika, 18 jr.) zit bij de FARC en de andere (Gina, 19 jr.) is prostituee, beide vrouwen komen uit de Colombiaanse streek Huila en zijn daar gevlucht om economische redenen en oorlogsgeweld. Op de vraag wat haar familie vindt van haar keuze om bij de FARC te gaan reageert ze als volgt: ‘Ze zijn het ermee eens omdat ze weten waarom we vechten. Maar voor mijn vader is het moeilijk te verkroppen omdat ik nog zo jong ben.’ Als Erika gevraagd wordt naar haar uniform reageert ze als volgt: ‘Mode interesseert me niet, wij concentreren ons op het innerlijke, het ideologische. Materiele objecten interesseren ons niet.’ Ook aan Gina wordt de vraag gesteld hoe haar familie haar situatie ziet. ‘Ze willen dat ik hier weg ga. Ze vinden het niet goed voor me. Maar toen mijn dochter erg jong was hielpen ze me niet. Ik moest overleven, mijn familie heeft me eigenlijk de prostitutie in gedwongen.’ Ook wordt aan Gina gevraagd of ze niet bang is om aids te krijgen. Ze antwoord verbazend koeltjes: ‘Natuurlijk, je weet maar nooit. Soms heb je sex zonder condoom en weet je niet met wat voor vrouwen hij het eerder gedaan heeft. Je kan gezond zijn van buiten maar ziek van binnen. Natuurlijk heb je je bedenkingen, maar je moet.’
De FARC beweert dat het leven bij de guerrillabeweging meer perspectief biedt voor jongeren dan in de stad of op het platteland. Binnen de FARC wordt er voor jongeren gezorgd en worden ze voorzien van onderwijs, kleding en voedsel.
Natuurlijk is het moreel verwerpelijk dat een revolutionaire beweging moet overleven door het verbouwen en verkopen van cocaïne, maar is het niet even moreel verwerpelijk om als westers marxist te beweren dat ze dit dan maar moeten staken en de vloedgolf van Amerikaans wapengekletter en Colombiaanse repressie over zich heen moeten laten komen? Niet te vergeten de jonge Colombianen die hun enige weg uit de slavernij, de criminaliteit en de prostitutie uit elkaar zien spatten? Als de FARC zijn bestaan kon verzekeren door de verkoop van sinaasappels was ik daar ook zeker een voorstander van, maar dit betekend niet dat ik vanuit mijn gemakkelijke westerse positie een revolutionaire beweging veroordeel omdat ze mij voor een ongemakkelijke morele keuze stellen. De FARC probeert echter wel haar afhankelijkheid van cocaïne terug te dringen, en zal dit uiteindelijk geheel loslaten wanneer er een alternatief is gevonden. Zo lang dit niet het geval is moet het bestaan van de beweging worden verzekerd. Anders wordt het letterlijk en figuurlijk: Kort Colombiaans.