Tower of Bebel
7th June 2007, 09:03
[...] "Wanneer we de ideologische bowenbouw van de maatschappij bekijken, dan zien wij, dat weliswaar niet alleen, maar wel vooral de jeugd zich strijdbaar opstelt. De jeugd is daarom wel het belangrijkste wervingsgebied voor een revolutionaire organisatie. Hoewel wij (de revolutionaire jeugdbeweging) misschien het meest kunnen recruteren uit scholieren en studenten, moet de aktie in hoofdzaak gericht zijn op de (jonge) arbeiders, die de strategische sleutel van de klassenstrijd zijn." [...]
Dit stukje tekst is een onderdeel van een uitgave van RCJ (rev. comm. jongerenorganisatie)-Revolte, nl. "Het revolutionair jeugdprogram" (revolte nr. 9, zomer editie, zomer 1971).
De uitgave wilde een richtlijn zijn voor de creatie van een revolutionaire jeugdorganisatie. De achtergrond was het uiteenvallen van de revolutionaire jeugd in verschillende subgroepen en activiteiten (fair trade, natuurzorg, etc.), die vaak hun revolutionair karakter verloren, en zich volledig herschikten naar de kapitalistische maatschappij.
De discussie over de opbouw van een revolutionaire jeugdbeweging valt uiteen in twee hoofdpunten:
I. Politieke doelstellingen en
II. Interne organisatie
ad I. De politieke doelstellingen van een revolutionaire organisatie zijn ondergeschikt aan een einddoel: de communitische samenleving, dat wil zeggen een samenleving waarin door het bestaan van een productieapparaat dat alle opkomende behoeften weet te bevredigen, de mens zich in al zijn functies kan ontplooien. Om dit te bereiken staan de organisatie momenteel de volgende middelen ten dienst:
1 Het organiseren van de revolutionaire jeugd en het vormen van een revolutionaire voorhoede, en het daardoor bijdragen aan de vorming van de revolutionaire partij.
2 Acties op voorhoedeniveau
3 Het ondersteunen van de syndicale strijd.
4 Revolutionaire propaganda.
We zien hier al duidelijk dat de revolutionaire jeugd wordt beperkt tot de marxistische strekkingen, en dan vooral leninisten.
We gaan verder op punt één:
ad 1. Het organiseren van de revolutionaire jeugd en het vormen van een revolutionaire voorhoede omvat twee taken, nl. het samenbrengen van jongeren, die revolutionair zijn, en het hen scholen tot kaders, die leiding kunnen geven in de klassenstrijd. Het samenbrengen maakt het mogelijk dat de revolutionaire organisatie zich als zodanig propageert en waar maakt. Wanneer er concurrerende revolutionaire organisaties zijn, moet er gestreefd worden naar een samenwerking of fusie.
Dit sprak mij wel aan. Maar ik wil even verder gaan.
In de inleiding staat:
Revolte is gestart in 1969 met het idee alle socialistische jongeren binnen een federatief verband samen te brengen in één organisatie. Dat dit ruim een jaar niet lukte lag hoofdzakelijk aan de politieke achtergrond van het idee.
Politiek uitgangspunt was: met een vaag programma gaat ieder akkoord en bereiken we de zo broodnodige eenheid in de socialistische jeugdbeweging. De vragen waarmee elke serieuze serieuze socialistische organisatie te maken krijgt, vergen echter een uitgewerkt revolutionair programma, zeker in een periode waarin de klassenstrijd oplaait, waardoor elke socialistische organisatie gedwongen wordt in actie te komen en een antwoord te geven op de problemen van de klassenstrijd.
[...]
Het hier voor ons liggend programma stelt een organisatie voor waar in, op één strategie, verschillende meningen verenigd kunnen zijn, onder het behoud van de eenheid van actie. Dit programma provoceert de verschillende opvattingen en daagt de kameraden die deze verkondigen en hierover te discussiëren of een antwoord te formuleren. Dit programma daagt in het bijzonder die kameraden uit, die de problemen rond het revolutionaire socialisme opzij schoven en zij tijdens de Rotterdamse staking weer zo pijnlijk in de schoot geworpen kregen.
Mooi mooi.
Wie verder leest, die zal duidelijk zien dat deze organisatie zich baseert op het overgangsprogramma van Trotski. Ook de politieke analyse die volgt op de inleiding is duidelijk deze van de vierde Internationale.
We kunnen ons niet helemaal meer vinden in de analyse die in het revolutionair programma staan. Enerzijds omdat we de crisis van de jaren zeventig gepasseerd zijn, maar ook omdat de jeugd zich al heeft georganiseerd. In België durf ik 4 groepen onderscheiden: COMAC (PVDA+)
ALS/IV (LSP)
Anarchistische collectieven en affiniteitsgroepen
ongeorganiseerde, maar actieve revolutionaire jeugd (vb. oxfam, wereldwinkel, natuurbehoud, etc.)
Het programma wil de revolutionaire jeugd samenbrengen maar er zijn op dit moment 2 problemen: De rol van de revolutionaire voorhoedepartij (er wordt geen rekening gehouden met anarchisten)
De verdeeldheid onder de trotskistische (LSP/Offensief) en maoïstische jeugd (COMAC/CJB)
Ik wil deze echter allemaal min of meer samenbrengen. De vraag is echter hoe dit dient te gebeuren.
Bediscussiëer!
Dit stukje tekst is een onderdeel van een uitgave van RCJ (rev. comm. jongerenorganisatie)-Revolte, nl. "Het revolutionair jeugdprogram" (revolte nr. 9, zomer editie, zomer 1971).
De uitgave wilde een richtlijn zijn voor de creatie van een revolutionaire jeugdorganisatie. De achtergrond was het uiteenvallen van de revolutionaire jeugd in verschillende subgroepen en activiteiten (fair trade, natuurzorg, etc.), die vaak hun revolutionair karakter verloren, en zich volledig herschikten naar de kapitalistische maatschappij.
De discussie over de opbouw van een revolutionaire jeugdbeweging valt uiteen in twee hoofdpunten:
I. Politieke doelstellingen en
II. Interne organisatie
ad I. De politieke doelstellingen van een revolutionaire organisatie zijn ondergeschikt aan een einddoel: de communitische samenleving, dat wil zeggen een samenleving waarin door het bestaan van een productieapparaat dat alle opkomende behoeften weet te bevredigen, de mens zich in al zijn functies kan ontplooien. Om dit te bereiken staan de organisatie momenteel de volgende middelen ten dienst:
1 Het organiseren van de revolutionaire jeugd en het vormen van een revolutionaire voorhoede, en het daardoor bijdragen aan de vorming van de revolutionaire partij.
2 Acties op voorhoedeniveau
3 Het ondersteunen van de syndicale strijd.
4 Revolutionaire propaganda.
We zien hier al duidelijk dat de revolutionaire jeugd wordt beperkt tot de marxistische strekkingen, en dan vooral leninisten.
We gaan verder op punt één:
ad 1. Het organiseren van de revolutionaire jeugd en het vormen van een revolutionaire voorhoede omvat twee taken, nl. het samenbrengen van jongeren, die revolutionair zijn, en het hen scholen tot kaders, die leiding kunnen geven in de klassenstrijd. Het samenbrengen maakt het mogelijk dat de revolutionaire organisatie zich als zodanig propageert en waar maakt. Wanneer er concurrerende revolutionaire organisaties zijn, moet er gestreefd worden naar een samenwerking of fusie.
Dit sprak mij wel aan. Maar ik wil even verder gaan.
In de inleiding staat:
Revolte is gestart in 1969 met het idee alle socialistische jongeren binnen een federatief verband samen te brengen in één organisatie. Dat dit ruim een jaar niet lukte lag hoofdzakelijk aan de politieke achtergrond van het idee.
Politiek uitgangspunt was: met een vaag programma gaat ieder akkoord en bereiken we de zo broodnodige eenheid in de socialistische jeugdbeweging. De vragen waarmee elke serieuze serieuze socialistische organisatie te maken krijgt, vergen echter een uitgewerkt revolutionair programma, zeker in een periode waarin de klassenstrijd oplaait, waardoor elke socialistische organisatie gedwongen wordt in actie te komen en een antwoord te geven op de problemen van de klassenstrijd.
[...]
Het hier voor ons liggend programma stelt een organisatie voor waar in, op één strategie, verschillende meningen verenigd kunnen zijn, onder het behoud van de eenheid van actie. Dit programma provoceert de verschillende opvattingen en daagt de kameraden die deze verkondigen en hierover te discussiëren of een antwoord te formuleren. Dit programma daagt in het bijzonder die kameraden uit, die de problemen rond het revolutionaire socialisme opzij schoven en zij tijdens de Rotterdamse staking weer zo pijnlijk in de schoot geworpen kregen.
Mooi mooi.
Wie verder leest, die zal duidelijk zien dat deze organisatie zich baseert op het overgangsprogramma van Trotski. Ook de politieke analyse die volgt op de inleiding is duidelijk deze van de vierde Internationale.
We kunnen ons niet helemaal meer vinden in de analyse die in het revolutionair programma staan. Enerzijds omdat we de crisis van de jaren zeventig gepasseerd zijn, maar ook omdat de jeugd zich al heeft georganiseerd. In België durf ik 4 groepen onderscheiden: COMAC (PVDA+)
ALS/IV (LSP)
Anarchistische collectieven en affiniteitsgroepen
ongeorganiseerde, maar actieve revolutionaire jeugd (vb. oxfam, wereldwinkel, natuurbehoud, etc.)
Het programma wil de revolutionaire jeugd samenbrengen maar er zijn op dit moment 2 problemen: De rol van de revolutionaire voorhoedepartij (er wordt geen rekening gehouden met anarchisten)
De verdeeldheid onder de trotskistische (LSP/Offensief) en maoïstische jeugd (COMAC/CJB)
Ik wil deze echter allemaal min of meer samenbrengen. De vraag is echter hoe dit dient te gebeuren.
Bediscussiëer!