Ravachol
4th May 2010, 18:28
Naar aanleiding van een stukje op de Doorbraak site (http://www.doorbraak.eu/content/view/313/4/) waar ik me grotendeels in kan vinden, lijkt het me interessant om jullie meningen hier over te horen.
Vooral deze stukjes:
Demonstraties zijn namelijk ingebed in ons systeem, met geweld of zonder geweld.
(...)
Iedereen die zijn blikveld, organisatievermogen en strijdterrein beperkt tot demonstraties lopen of soortgelijke vormen van actievoeren (waar ‘bewustmaken van de burgers’ vaak het onderliggende doel is), is dus bezig met een vrij zinloze strijd.
Zeker het Anarchistische en Autonomistisch-Marxistische kamp zou zich bij uitstek moeten herkennen in deze kritiek. Om de terminologie van de Situationisten te hanteren:
Demonstraties die een actie-an-sich zijn en bewustwording tot doel hebben reduceren de arbeidersklasse tot een 'spectator', een toeschouwer en geen participant in de strijd. Hiermee missen we als emancipatoire beweging de boot op vier fronten:
(a) De beweging reduceert haarzelf tot een onderdeel van het 'spectacle' (zijnde die gebeurtenissen waar de de spectator, in dit geval de arbeidersklasse, geen deelnemer aan is) en verwijdert zichzelf daarmee van de arbeidersklasse, de connectie is er niet.
(b) men mist de mogelijkheid de arbeidersklasse haar eigen kracht te laten ervaren. Een staking zoals die van de schoonmakers laat deze schoonmakers voelen hoe sterk ze zelf zijn. Deze realisatie is het begin van de realisatie dat verzet en weigering mogelijk is. En DAT is het begin van klassenbewustzijn.
(c) Een demonstratie die alleen bewustmaking tot doel heeft fungeert als propaganda-voorhoede, en niet als directe 'show of force' van de arbeidersklasse zelf. Het scheidt de ideologische organisaties van de georganiseerde arbeidersklasse, wat al snel leidt tot het type "activisten ghetto's" waar we nu zo erg mee zitten.
(d) Men ritualiseert een bepaalde praktijk, in dit geval de demonstratie, tot theorie die op alle situaties toepasbaar is. Dit fetisjisme met een bepaalde praktijkhandeling leidt vaak tot armoede in de originaliteit en internalisering van dergelijke gebeurtenissen. Het wordt voor veel activisten een ritueel, een standaard uitje zonder echte eis of doel, de demo is dan een doel-an-sich ipv een aktiemiddel. Aan de andere kant wordt het voor het systeem heel makkelijk te anticiperen op ons handelen, onze strategie en hier tegenstrategie op te ontwikkelen. Men nestelt zich zo langzaam in de logica van het systeem zelf.
Demonstraties zouden, zeker op 1 mei, een opbeurende gebeurtenis moeten zijn, om de resultaten te laten zien van een jaar lang organiseren. Zulke demonstraties zouden campagnes moeten inluiden, of uiting moeten zijn van ongenoegen.
Helemaal de spijker op zijn kop. Demonstraties zijn een prachtig moment om NA het politieke werk of aan het begin daarvan, een krachtmeting te laten zien. Ze dienen als 'rallying point' voor een beweging, het behoudt cohesie en werkt opbeurend bij grote aantallen. De (voor nederlandse begrippen) heel grote opkomst op 1 Mei in Nijmegen vond ik toch echt een mooi begin voor meer cohesie en structuur binnen de Anarchistisch-georienteerde beweging in NL. Dergelijke demo's mogen echter nooit een aktiemiddel-an-sich worden zoals Doorbraak al stelt. En dit is in Nederland vaak nog teveel het geval.
Liever werd er één middag uitvergroot, en werd er ingezoomd op datgene waar de confrontatie met de politie een rol speelde. Het zal allemaal wel niet 'radicaal' genoeg zijn geweest.
Dit is wederom een gevolg van bepaald praktijk-fetisjisme. Dit doet me denken aan een publicatie uit '95 door het duitse Schism op de AFA-NL site: Fur Eine Linke Stromung (FelS): Autonome Studis Bolschewik (http://www.xs4all.nl/~afa/fels/fels7.html)
De WOUT is vijand nummer één van alle autonomen. In hem is de staat zichtbaar en tastbaar. Waar en wanneer ook de helmen opduiken en de knuppels getrokken worden, dan weet iedereen hoe en waar de frontlijn ligt: tussen ons en 'hullie'.
Dit is de autonome staatstheorie in een notedop. De staat, dat is het brute geweld. Het is repressie, het is fascisme, punt. Nuanceringen zijn overbodig.
(...)
Met de fraseologie over de 'woutenstaat' of ook het 'zwijnesysteem' plaatsen de autonomen zich buiten enige vorm van klassenanalyse; men heeft deze ermee altijd proberen te vereenvoudigen. De staat wordt zo tot een mythe gemaakt, de enige, almachtige vijand, die alles in haar greep houdt, en die daarom op elk moment frontaal aangevallen dient te worden. Alleen daar waar zij zichtbaar is, in haar meest nederige geuniformeerde onderdanen.
De politieke vorm van de burgerlijke samenleving kan niet begrepen worden, zonder de sociale inhoud van die samenleving te betrekken bij diens analyse. Nu wordt 'staat' enkel afgeleid uit het principe van de repressie, en niet uit de produktieverhoudingen. De burgerlijke samenleving kan evenwel alleen door middel van de kapitaalsverhoudingen begrepen, bestreden en overwonnen worden!!
De precieze inhoud van deze stelling heeft zo zijn weerslag op het proces, zoals dat in de meeste autonome groepen werkzaam is. Want vroeger of later is er altijd wel iemand die beseft dat de autonomen evengoed gemanipuleerd en gecorrumpeerd zijn. Is dit eenmaal geconstateerd, dan komt er in autonome groepen in de regel een wat curieus, ja bijna puriteins ascetisme bovendrijven, een sterke afkeer van 'de buitenwereld' en een genadeloze identificatie met de eigen groep.
We zijn dan al niet ver verwijderd van het punt, waarop de mensen in de scene zich van alle kanten door vijanden omgeven voelen; vijanden die van zins zijn, het beetje identiteit dat zij in de loop van 'de strijd' verworven hebben, af te breken.
Dit is dan ook het gevaar van praktijk-fetisjisme. Als een bepaalde praktijk ongeacht situatie en analyse tot handvest, tot solve-it-all, tot fetisj verheven wordt en de volledige praktijk wordt van het activistische milieu. Reduceert men hier heel snel de arbeidersklasse mee tot spectator en weekt het pro-revolutionaire milieu zich los van de klasse. Dit leidt op haar beurt weer tot het vormen van de "activisten ghetto" en uiteindelijk identiteitspolitiek en ritualisme. Waarmee de politiek volledig verdwijnt en een subcultuur en identiteitspolitieke lijn overblijft. "Wij voeren actie X uit, want wij zijn stroming Y/Groep Y/etc en die doen dat nu eenmaal". Het ritueel herhalen van bepaalde acties wordt zo een onderdeel van de identiteit waar men zingeving in vindt en niet een praktijk om echt vooruit te komen. Dit is vooral een gevolg van:
(a) Gebrek aan constante kritische reflectie, hebben we ons doel beter bereikt? Moeten we andere praktijk hanteren? Moeten we onze theorie herzien? Etc
(b) Losweking van de praktische realiteit en de arbeidersklasse, het naar binnen keren van het pro-revolutionaire milieu tot een scene.
Deze tendens leidt mijns inziens onherroepelijk tot lifestylisme, waar sommige activisten vooral voor de identiteit en subcultuur bezig zijn en minder voor het politieke doel.
Grote vraag: Wat dan wel?
Persoonlijk pleit ik voor een hernieuwde traditie van Syndicalisme en het Italiaanse Autonomisme. Beiden waren enorm gericht op het betrekken van de arbeidersklasse in alle aspecten van de strijd en zeer capabel in het voorkomen van het reduceren van de arbeider tot spectator van een 'spectacle' achtige strijd tussen activist en politie.
Nog belangrijker was dat beiden counter-power opbouwden. Alternatieve instituties en netwerken van materieele support (Zoals de Syndicalistische Bourse du Travaille, de Maoistische People's Service Programs en de Autonomistische Self-Reduction programma's). Hiermee zien mensen hoeveel wij als beweging te bieden hebben. Mensen zijn primair materieel gemotiveerd en niet idealistisch. Een kop soep voor de ontslagen arbeider, een massieve huur-staking, een netwerk van door arbeiders gerunde taxi's bij het verhogen van openbaar vervoer prijzen (zoals in Italie in de '70s) doen meer om mensen te motiveren dan pure propaganda en rethoriek.
Tevens ondergraven we hiermee de dominantie van de bestaande instellingen en kunnen we op de lange termijn een nieuwe maatschappij in de huls van de oude bouwen.
Gerelateerd aan deze discussie:
Theoretical criticism and practical overthrow (http://www.revleft.com/vb/theoretical-criticism-and-t133636/index.html) over de scheiding theorie-praktijk, praktijk-fetisjisme en de "activisten ghetto cultuur".
Ik zal zelf wanneer ik meer tijd heb proberen alles helderder uiteen te zetten.
Wat is jullie mening over deze zaken/artikelen?
Vooral deze stukjes:
Demonstraties zijn namelijk ingebed in ons systeem, met geweld of zonder geweld.
(...)
Iedereen die zijn blikveld, organisatievermogen en strijdterrein beperkt tot demonstraties lopen of soortgelijke vormen van actievoeren (waar ‘bewustmaken van de burgers’ vaak het onderliggende doel is), is dus bezig met een vrij zinloze strijd.
Zeker het Anarchistische en Autonomistisch-Marxistische kamp zou zich bij uitstek moeten herkennen in deze kritiek. Om de terminologie van de Situationisten te hanteren:
Demonstraties die een actie-an-sich zijn en bewustwording tot doel hebben reduceren de arbeidersklasse tot een 'spectator', een toeschouwer en geen participant in de strijd. Hiermee missen we als emancipatoire beweging de boot op vier fronten:
(a) De beweging reduceert haarzelf tot een onderdeel van het 'spectacle' (zijnde die gebeurtenissen waar de de spectator, in dit geval de arbeidersklasse, geen deelnemer aan is) en verwijdert zichzelf daarmee van de arbeidersklasse, de connectie is er niet.
(b) men mist de mogelijkheid de arbeidersklasse haar eigen kracht te laten ervaren. Een staking zoals die van de schoonmakers laat deze schoonmakers voelen hoe sterk ze zelf zijn. Deze realisatie is het begin van de realisatie dat verzet en weigering mogelijk is. En DAT is het begin van klassenbewustzijn.
(c) Een demonstratie die alleen bewustmaking tot doel heeft fungeert als propaganda-voorhoede, en niet als directe 'show of force' van de arbeidersklasse zelf. Het scheidt de ideologische organisaties van de georganiseerde arbeidersklasse, wat al snel leidt tot het type "activisten ghetto's" waar we nu zo erg mee zitten.
(d) Men ritualiseert een bepaalde praktijk, in dit geval de demonstratie, tot theorie die op alle situaties toepasbaar is. Dit fetisjisme met een bepaalde praktijkhandeling leidt vaak tot armoede in de originaliteit en internalisering van dergelijke gebeurtenissen. Het wordt voor veel activisten een ritueel, een standaard uitje zonder echte eis of doel, de demo is dan een doel-an-sich ipv een aktiemiddel. Aan de andere kant wordt het voor het systeem heel makkelijk te anticiperen op ons handelen, onze strategie en hier tegenstrategie op te ontwikkelen. Men nestelt zich zo langzaam in de logica van het systeem zelf.
Demonstraties zouden, zeker op 1 mei, een opbeurende gebeurtenis moeten zijn, om de resultaten te laten zien van een jaar lang organiseren. Zulke demonstraties zouden campagnes moeten inluiden, of uiting moeten zijn van ongenoegen.
Helemaal de spijker op zijn kop. Demonstraties zijn een prachtig moment om NA het politieke werk of aan het begin daarvan, een krachtmeting te laten zien. Ze dienen als 'rallying point' voor een beweging, het behoudt cohesie en werkt opbeurend bij grote aantallen. De (voor nederlandse begrippen) heel grote opkomst op 1 Mei in Nijmegen vond ik toch echt een mooi begin voor meer cohesie en structuur binnen de Anarchistisch-georienteerde beweging in NL. Dergelijke demo's mogen echter nooit een aktiemiddel-an-sich worden zoals Doorbraak al stelt. En dit is in Nederland vaak nog teveel het geval.
Liever werd er één middag uitvergroot, en werd er ingezoomd op datgene waar de confrontatie met de politie een rol speelde. Het zal allemaal wel niet 'radicaal' genoeg zijn geweest.
Dit is wederom een gevolg van bepaald praktijk-fetisjisme. Dit doet me denken aan een publicatie uit '95 door het duitse Schism op de AFA-NL site: Fur Eine Linke Stromung (FelS): Autonome Studis Bolschewik (http://www.xs4all.nl/~afa/fels/fels7.html)
De WOUT is vijand nummer één van alle autonomen. In hem is de staat zichtbaar en tastbaar. Waar en wanneer ook de helmen opduiken en de knuppels getrokken worden, dan weet iedereen hoe en waar de frontlijn ligt: tussen ons en 'hullie'.
Dit is de autonome staatstheorie in een notedop. De staat, dat is het brute geweld. Het is repressie, het is fascisme, punt. Nuanceringen zijn overbodig.
(...)
Met de fraseologie over de 'woutenstaat' of ook het 'zwijnesysteem' plaatsen de autonomen zich buiten enige vorm van klassenanalyse; men heeft deze ermee altijd proberen te vereenvoudigen. De staat wordt zo tot een mythe gemaakt, de enige, almachtige vijand, die alles in haar greep houdt, en die daarom op elk moment frontaal aangevallen dient te worden. Alleen daar waar zij zichtbaar is, in haar meest nederige geuniformeerde onderdanen.
De politieke vorm van de burgerlijke samenleving kan niet begrepen worden, zonder de sociale inhoud van die samenleving te betrekken bij diens analyse. Nu wordt 'staat' enkel afgeleid uit het principe van de repressie, en niet uit de produktieverhoudingen. De burgerlijke samenleving kan evenwel alleen door middel van de kapitaalsverhoudingen begrepen, bestreden en overwonnen worden!!
De precieze inhoud van deze stelling heeft zo zijn weerslag op het proces, zoals dat in de meeste autonome groepen werkzaam is. Want vroeger of later is er altijd wel iemand die beseft dat de autonomen evengoed gemanipuleerd en gecorrumpeerd zijn. Is dit eenmaal geconstateerd, dan komt er in autonome groepen in de regel een wat curieus, ja bijna puriteins ascetisme bovendrijven, een sterke afkeer van 'de buitenwereld' en een genadeloze identificatie met de eigen groep.
We zijn dan al niet ver verwijderd van het punt, waarop de mensen in de scene zich van alle kanten door vijanden omgeven voelen; vijanden die van zins zijn, het beetje identiteit dat zij in de loop van 'de strijd' verworven hebben, af te breken.
Dit is dan ook het gevaar van praktijk-fetisjisme. Als een bepaalde praktijk ongeacht situatie en analyse tot handvest, tot solve-it-all, tot fetisj verheven wordt en de volledige praktijk wordt van het activistische milieu. Reduceert men hier heel snel de arbeidersklasse mee tot spectator en weekt het pro-revolutionaire milieu zich los van de klasse. Dit leidt op haar beurt weer tot het vormen van de "activisten ghetto" en uiteindelijk identiteitspolitiek en ritualisme. Waarmee de politiek volledig verdwijnt en een subcultuur en identiteitspolitieke lijn overblijft. "Wij voeren actie X uit, want wij zijn stroming Y/Groep Y/etc en die doen dat nu eenmaal". Het ritueel herhalen van bepaalde acties wordt zo een onderdeel van de identiteit waar men zingeving in vindt en niet een praktijk om echt vooruit te komen. Dit is vooral een gevolg van:
(a) Gebrek aan constante kritische reflectie, hebben we ons doel beter bereikt? Moeten we andere praktijk hanteren? Moeten we onze theorie herzien? Etc
(b) Losweking van de praktische realiteit en de arbeidersklasse, het naar binnen keren van het pro-revolutionaire milieu tot een scene.
Deze tendens leidt mijns inziens onherroepelijk tot lifestylisme, waar sommige activisten vooral voor de identiteit en subcultuur bezig zijn en minder voor het politieke doel.
Grote vraag: Wat dan wel?
Persoonlijk pleit ik voor een hernieuwde traditie van Syndicalisme en het Italiaanse Autonomisme. Beiden waren enorm gericht op het betrekken van de arbeidersklasse in alle aspecten van de strijd en zeer capabel in het voorkomen van het reduceren van de arbeider tot spectator van een 'spectacle' achtige strijd tussen activist en politie.
Nog belangrijker was dat beiden counter-power opbouwden. Alternatieve instituties en netwerken van materieele support (Zoals de Syndicalistische Bourse du Travaille, de Maoistische People's Service Programs en de Autonomistische Self-Reduction programma's). Hiermee zien mensen hoeveel wij als beweging te bieden hebben. Mensen zijn primair materieel gemotiveerd en niet idealistisch. Een kop soep voor de ontslagen arbeider, een massieve huur-staking, een netwerk van door arbeiders gerunde taxi's bij het verhogen van openbaar vervoer prijzen (zoals in Italie in de '70s) doen meer om mensen te motiveren dan pure propaganda en rethoriek.
Tevens ondergraven we hiermee de dominantie van de bestaande instellingen en kunnen we op de lange termijn een nieuwe maatschappij in de huls van de oude bouwen.
Gerelateerd aan deze discussie:
Theoretical criticism and practical overthrow (http://www.revleft.com/vb/theoretical-criticism-and-t133636/index.html) over de scheiding theorie-praktijk, praktijk-fetisjisme en de "activisten ghetto cultuur".
Ik zal zelf wanneer ik meer tijd heb proberen alles helderder uiteen te zetten.
Wat is jullie mening over deze zaken/artikelen?