Log in

View Full Version : Interview met communiste in Groninger Studentenkrant



Wanted Man
8th June 2009, 19:27
Communiste Annabelle Schouten strijdt tegen uitbuiting

Communiste Annabelle Schouten verklaart het kapitalisme failliet. Een gesprek over fascisme, foute beeldvorming en de onvermijdelijke Geert Wilders. ‘We hebben in de geschiedenis eerder gezien waar verrechtsing op uit kon draaien.’

In Nederland is nog geen revolutie uitgebroken. Ondanks de crisis. Dat beaamt Annabelle Schouten (27), bestuurslid van de Communistische Jongerenbeweging (http://www.cjb.nu/) (CJB). ‘Maar mensen gaan zich wel vragen stellen. Er gaan miljarden naar banken en ik verlies mijn baan: hoe kan dat? Die bewustwording, dat is onze taak.’



‘Kapitalisme is failliet’http://i58.photobucket.com/albums/g277/studentenkrant2/cjbartikel.png
De twintiger, in het dagelijks leven werkzaam bij een uitgeverij, hoopt dat op een dag het kapitalisme zal verdwijnen. ‘Het kapitalisme is gewoon failliet. De crisis is niet het gevolg van een paar doorgeslagen bankiers, het is echt eigen aan het systeem. Het is alsof je geld in een bodemloze put gooit, je ziet er nooit meer iets van terug.’



Een snelle kentering verwacht Schouten niet. De stap van kapitalisme naar socialisme is moeilijk op korte termijn te realiseren – zeker in Nederland. Ze stelt: ‘Waar we hier iets met praten op kunnen lossen doen we dat. Als in Frankrijk een werkgever een boer laat gaan mensen bij wijze van spreken al de straat op, dat is niet te vergelijken met Nederland.’


Joegoslavië-oorlog
De CJB kent een relatief korte historie. Pas eind 2003, na een demonstratie tegen het eerste kabinet Balkenende, werd de beweging opgericht, een voortvloeisel uit de NCPN Jongeren. Schouten was lid van het eerste uur en is tegenwoordig bestuurslid en webredacteur van het CJB-magazine Voorwaarts (http://www.voorwaarts.net/).



Haar keuze voor het communisme komt voort uit de drang om onrechtvaardigheid te bestrijden. ‘Ik begreep als kind niet waarom zwarte mensen werden uitgescholden. Op school was ik de enige die zich links noemde.’ Schouten kwam via demonstraties in contact met linkse organisaties. Vooral de NAVO-oorlog in het voormalig Joegoslavië opende haar ogen. ‘Die oorlog was gebaseerd op leugens. Het werd gepresenteerd als bescherming van minderheden, maar ook niet-militaire doelwitten werden geraakt.’



Gepubliceerd dagboek
Schouten bezocht na de oorlog zelf Kosovo. ‘Soms lag alles in puin behalve het wapendepot. Ik denk ook dat er bewust burgers zijn geraakt.’ De reden voor de bombardementen? ‘Joegoslavië was een pain in the ass.’ Het land moest zich conformeren aan het Westen, iets dat de twintiger ergert. ‘Wie zijn wij om te zeggen: je moet het doen zoals wij? Dat is aan het volk daar.’


Schouten was zo vol van de oorlog en zijn gevolgen dat ze er op 18-jarige leeftijd een dagboek (http://www.afvn.nl/shop/annabelle_schouten.htm) over schreef. Het verscheen in kleine oplage bij uitgeverij Woudenberg en werd volgens de auteur goed ontvangen. De burgemeester van Woudenberg wilde haar graag spreken. ‘Die man was van het CDA, en was het met een hoop dingen niet eens. Toch zei hij dat het heel anders in elkaar zit dan je krijgt voorgespiegeld.’ Lachend: ‘Heb ik toch een CDA-burgemeester aan het denken gezet.’


http://i58.photobucket.com/albums/g277/studentenkrant2/cjbartikel4.pngZwarte gespuis
Een ander belangrijk thema van de CJB is het anti-fascisme. Een demonstratie van de extreem-rechtse Nederlandse Volksunie mocht recentelijk doorgaan, terwijl een tegendemonstratie uit angst voor rellen verboden werd. Schouten: ‘Het is wrang dat zo’n demonstratie werd toegestaan, terwijl ze met symbolen lopen en leuzen uiten die verboden zijn. Steeds meer niet-activisten nemen deel aan tegendemonstraties, die willen dat zwarte gespuis ook niet. En díe mensen worden dan hard aangepakt door de politie, dat is heel onrechtvaardig.’ Het liefst zou de CJB’er de demonstraties verboden zien. ‘Er zijn grenzen aan de vrijheid van meningsuiting. Wij zeggen altijd: fascisme is geen mening, fascisme is een misdaad.’


Zoals bij de de Joegoslavië-oorlog hekelt Schouten ook bij dit onderwerp de media – al ziet ze het niet als samenzwering. ‘Misschien wil men onze boodschap wel niet horen, omdat hij té kritisch is. De mensen die de touwtjes in handen hebben, de gevestigde partijen, willen het niet. Ook de NOS, opereert niet onafhankelijk genoeg van de staat – uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat RTL4 accurater is in het weergeven van feiten.’


Blijft de vraag waarom het rechtse geluid wel ingang vindt, zeker in de politiek. Schouten: ‘De verrechtsing is vrij hard gaande. Waar Janmaat nog voor veroordeeld werd, werd later door Verdonk uitgevoerd. Zelfs binnen de PvdA zijn geluiden te horen die in de buurt van Wilders komen.’



Integratie en Wilhelmus
En dan is toch de naam weer gevallen: Wilders. Schouten wil mensen duidelijk maken waar Wilders werkelijk voor staat. ‘Hij komt bijna nooit met zijn ‘andere’ programma in het nieuws. Wij hebben tijdens de KEI-week een tentamen gemaakt voor nieuwe studenten, met als onderwerp Wilders. Dan niet met vragen over de islam, maar met vragen over onderwijs. Dan zie je dat hij vóór bezuinigingen in het Hoger Onderwijs stemt. Zo is zijn sociale programma, of moet ik zeggen a-sociaal.’



Het integratiedebat verbergt volgens Schouten sowieso andere tegenstellingen. ‘Het gaat er niet om of iemand moslim is of niet. Integratie gaat om het beheersen van taal, níet om het Wilhelmus uit je hoofd kennen.’ Lachend: ‘Dat ken ik ook niet, trouwens.’ Ze vervolgt serieus: ‘De mensen moeten haast Nederlandser zijn dan de Nederlanders zelf. Het hele debat wordt een beetje in het absurde getrokken. Het woord allochtoon staat haast gelijk aan terrorist of crimineel. Het algemene beeld dat geschetst wordt is dat de criminaliteit ander allochtonen veel hoger is. Ook al zou dat zo zijn, wat heeft het dan voor zin om te zeggen: het was weer een Marokkaan? Dat draagt helemaal niet bij aan de oplossing.’


Uitbuiting aanpakken
De communiste ziet de opkomst van Wilders binnen een bredere ontwikkeling. Ze trekt een historische parallel, en waarschuwt: ‘De hele samenleving verhardt. Dat hebben we eerder gezien in de geschiedenis, het is niet leuk om te zien waar dat op uit kan draaien.’


http://i58.photobucket.com/albums/g277/studentenkrant2/cjbartikel2.pngHad Schouten zelf de macht dan zou ze het heel anders doen. Vooral uitbuiting zou ze aanpakken. Vurig betoogt ze: ‘Er is hier gewoon uitbuiting, óók van mensen die denken dat ze goed verdienen. Wij krijgen maar een kruimeltje van wat er verdiend wordt.’ De gevolgen laten zich volgens de communiste raden. ‘In Nederland is vermoeidheid ziekte nummer één. Ik merk om me heen dat collega’s burn-outs krijgen. Stress komt door maximale uitbuiting door bedrijven. Mensen hebben misschien niet meteen door hoe het zit, maar ze gaan wel morren. Ze raken overspannen, of uiten het op een andere manier.’


Tegenwicht tegen kapitalisme
Schouten, die zelf Geschiedenis studeerde, heeft een duidelijke kijk op het verleden. Ze erkent dat na de val van de Muur het kapitalisme geen serieuze tegenstand heeft gekend. Ze is echter hoopvol over socialistische regeringsleiders in Latijns-Amerika, vooral over Chávez (Venezuela). ‘Wat in Venezuela gebeurt is inspirerend. Al beseffen we dat we dat model niet zo maar naar Europa kunnen importeren.’



Ze ziet bij Chávez geen dictatoriale trekjes. Omstandigheden dwingen hem ertoe de macht te concentreren. ‘Venezuela ligt constant onder vuur. Als alle geweren op je gericht zijn, heb je een stabiele macht nodig.’

Daarnaast wijst Schouten er op dat er in Venezuela vrije verkiezingen zijn, alhoewel democratie volgens de communiste meer inhoudt dan dat. ‘Het feit dat je inspraak hebt in het product dat je maakt, dat is democratie in de praktijk. Alles wordt eigendom van iedereen. Twintig partijen in een kiessysteem hebben is niet de hoogste vorm van democratie.’



Niet alleen over Venezuela bestaat een verkeerd beeld, volgens Schouten is dat ook het geval bij de voormalige Soviet-Unie. Ze vindt de geschiedschrijving gekleurd, en niet-strokend met hetgeen ze van Oost-Europeanen zelf heeft gehoord. ‘De enigen die over het socialisme mogen oordelen en het mogen véroordelen, zijn degenen die eronder hebben geleefd.’ Ze benadrukt: ‘Er waren ook een hoop dingen goed, zonder dat ik de dingen die fout zijn gegaan onder het tapijt wil vegen.’


Paradijs of realiteit?
Wat opvalt is dat Schouten consequent over ‘socialisme’ spreekt, en niet over ‘communisme’. Ze erkent dat op dat tweede begrip een stigma ligt, maar dat is niet de reden. ‘Socialisme is het eerste stadium na kapitalisme. Communisme is een compleet klasseloze samenleving. Dat heeft nog nooit bestaan, behalve in de oertijd. Desalniettemin blijft dat wel het doel.’



De uitspraak geeft aan dat Schouten pragmatischer geworden is, zonder haar idealen te verliezen. Ze erkent dat ze in de loop der jaren minder radicaal is geworden. ‘Het marxisme is een levende leer. Op het moment dat het soort Bijbeltekst wordt, houdt het op marxisme te zijn. Je past constant standpunten aan, dat doe ik zelf ook.’ Haar strijdbaarheid lijdt er in elk geval niet onder, want ze blijft stellig: ‘Voor ons is het socialisme geen paradijs, het is gewoon een realiteit die er ooit zal zijn.’


Tekst: Jesper Verhoef en Herwin Thole (http://www.herwinthole.nl/)
Foto’s: Hanne van der Velde (http://www.hannev.nl/)


http://www.studentenkrant.org/?p=296